Op zoek naar de poema’s

Krokodil langs het water

Onze fotografen vertellen…
Deze keer: Derk Beltman

Het is al jaren een wens van me om poema’s in het wild te zien en vast te leggen. Heel eenvoudig is dat niet. Full-time ermee bezig zijn kan helaas niet. En afgezien van die verdwaalde “poema” op de Veluwe, leeft de katachtige niet in Europa, maar in een groot deel van het Westelijk Halfrond, wat niet echt mijn achtertuin is. Makkelijk te vinden zijn ze daar ook nog niet, want ze komen in lage aantallen voor en het zijn geen kuddedieren die op de vlaktes leven.

Ik was voor werk in Costa Rica en besloot na afloop daarvan nog eens mijn geluk te beproeven om daar de kat te zien. Hoewel poema’s in heel Costa Rica voorkomen, geldt Corcovado Nationaal Park op het Osa Schiereiland in het zuidwesten van het land als één van de beste plekken om ze te vinden. Daar te komen vanuit de hoofdstad is al een avontuur op zich. De dure, snelle optie is met een privévliegtuigje op een landingstrip midden in het natuurgebied te landen. De andere opties zijn eerst over land en dan ofwel per boot ofwel te voet naar het hart van Corcovado te gaan. Ik koos voor de laatste optie en was twee dagen onderweg voor ik mijn bestemming bereikt had, het rangerstation La Sirena.

Zwarte Gier

Toeval speelde tijdens dit avontuur zo’n grote rol, dat ik het wel moet noemen. Toen ik deze keer Corcovado bezocht was er ook een jonge Duitse toeriste. Ze reisde met twee vrienden. Ik zat met hen in de vrachtwagen (collectivo) die van de plaatjes Puerto Jimenez naar Carate reed, het laatste stuk van de tocht naar het park met gemotoriseerd vervoer over land. Carate vormt dan het zuidelijke beginpunt van waar je het park inloopt. Waar ik nog een dag bleef hangen bij Carate, liepen zij meteen naar La Sirena, het hart van het natuurgebied met de meeste dieren. Hun plan was vrij gebruikelijk: naar La Sirena lopen, twee nachten daar verblijven en dan weer het park via een ander pad uit lopen. Het zat de Duitse dame echter niet mee. De laatste ochtend dat ik haar zag, was haar vriendin een teek tussen haar borsten aan het verwijderen. Op zich niks bijzonders want er leven nu eenmaal teken in het gebied (ze dragen ogenschijnlijk geen Lyme over). Erger was, dat ze haar enkel bezeerd had en dus in plaats van terug te wandelen het vliegtuig moest nemen. Maar ze had nog meer pech – en dit is geen broodje-aap verhaal. Op haar tweede avond bij het Sirena rangerstation vliegt er een insect in haar oor en dat beest was er met geen mogelijkheid uit te krijgen. Niks hielp: eerst probeerde ze het dier eruit te laten vallen door haar hoofd opzij te knikken. Toen kwamen er pincetten van verschillend formaat aan te pas. Daarna ging men met een licht in haar oor schijnen in de hoop dat het diertje naar het licht toe zou gaan. Om het ten slotte te proberen met olie. Het beest bleef levend in haar oor zitten en maakte daar een – voor het slachtoffer – hels kabaal. De jonge gastvrouw bleek wel humor te hebben (en dat voor een Duitse) door te zeggen dat het insect eruit moest omdat die geen huur had betaald. Het laatste wat ze me vertelde voor haar vertrek was dat ze in de bewoonde wereld een dokter zou bezoeken.

Het kan je daarentegen ook erg meezitten. Een lokale gids vertelde me eens dat een rijke Japanner speciaal naar Corcovado kwam om poema’s te vinden. De Japanner had weinig tijd en vloog vanaf de noordelijke Tico stad Liberia voor 1 dag in op de landingsstrip van Carate om vanaf daar zijn geluk te beproeven. Amper was hij de parktoegang voorbij of hij en de gids zagen de kat!

Kleine Amerikaanse Zilverreiger

Een soortgelijk verhaal heeft zich ook ditmaal afgespeeld. Een jong Canadees stel was in Corcovado in dezelfde tijd als ik. Ze hadden maar tien dagen vakantie in heel Costa Rica en hadden een druk schema. De man van het stel had twee dagen voor het nationale park gepland. De eerste dag hadden ze gebruikt om via een langere weg vanaf het oosten naar Sirena te lopen. Meteen de dag erop zouden ze weer wandelend via de zuidingang het park verlaten en op de collectivo in Carate stappen. Toevallig zat ik na hun eerste dag tijdens het diner bij ze aan tafel. De vrouw van het stel was doodop van de inspanning en hitte en was duidelijk niet zo blij met hoe haar vriendje een en ander gepland had. Zoiets komt vaker voor, ook waar het inspanning betreft, en kun je dus als een typisch geval bestempelen. Hun kracht was dat ze de volgende ochtend nog gemotiveerd of hersteld genoeg waren om naar de Sirena rivier te lopen een kilometer ten noorden van het rangerstation voor vertrek in tegengestelde richting naar de parkuitgang. Bij de rivier zagen ze heel mooi een mannetjespoema de rivier oversteken (ze toonden me hun foto) en daarna nog twee tapirs de riviermonding in gaan. Het stel had dus veel geluk. De moraal is dan ook, dat je het altijd moet blijven proberen. In de zin van: niet geschoten is altijd mis. (De moraal had ook kunnen zijn: less is more, in de zin van dat je vaak beter een wat rustiger reistempo kunt aanhouden en minder afstand moet afleggen om meer te genieten. Maar zoals gezegd, deze keer hadden ze geluk.) Zelf was ik helaas te laat ter plekke, omdat ik bij het Sirena station eerst druk in de weer was met een zelfgemaakt ontbijt. Onderweg naar de Sirena rivier kwam ik de Canadezen tegen en deden ze enthousiast hun verhaal. Maar toen was de vogel al gevlogen.

Mijn eigen ervaringen in Corcovado deze keer waren wisselend. Ik had besloten om naar La Sirena te lopen omdat het t goedkoopst was en ik misschien al lopend onderweg toch nog beessies zou zien. Bij de zuidingang worden immers ook regelmatig poema’s waargenomen. Maar trekken en wildlife spotten zijn twee verschillende activiteiten. Met een zware bepakking ben je lopend toch minder bezig met fotografie en ben je op een gegeven moment gebrand om je einddoel te halen.

De wandeling vanaf Carate naar La Sirena was best zwaar, overeenkomstig mijn verwachting. Door mijn enorme bepakking heb ik er ruim zevenenhalf uur over gedaan, waar normaal vijf uur voor staat, dat willen zeggen als je alleen een dagrugzakje meeneemt en niet te lang stilstaat bij wilde dieren. Ik had mezelf het schema opgelegd van een half uur lopen en dan tien minuten pauze en na de vijfde serie van dat een langere lunchpauze. Dieren die onderweg goed in beeld kwamen, heb ik natuurlijk vastgelegd. Een poema was daar niet bij.

Ondanks dat het niet regende en het licht bewolkt was, was het erg warm. Binnen no time was mijn kleding doorweekt van het zweet. Aan de tweeënhalve liter water die ik voor de dag had meegenomen, had ik maar net genoeg. Ik kwam verhit en dorstig bij La Sirena aan. Mijn rugzak zat nog redelijk. Hij hing iets te laag en iets te ver naar achteren, maar de heupband had mijn huid niet erg beschadigd. Het was weer jaren geleden dat ik zoiets zwaars had gedaan; uit mijn aantekeningen van destijds blijkt, dat ik het zwaarder vond dan een marathon. Tropische laaglanden met hun hitte en hoge luchtvochtigheid zijn geen ideale gebieden voor zwaardere wandelingen.

Andere dingen waren verassend en gelukkig wel aangenaam. Costa Rica kent een regentijd en een periode waarin er minder regen valt. Deze keer was ik in de droge tijd in het park. En droog was het! In al die tijd dat ik er was, heeft het niet een keer geregend. (Er valt jaarlijks tussen de 4,5 en 6 meter regen in Corcovado. Ter vergelijking: in Nederland valt er gemiddeld in een jaar nog geen meter.)) Het was een grote meevaller en erg prettig, zeker als je voortdurend buiten leeft. Ze noemen een tropisch laaglandregenwoud als Corcovado ook wel een altijdgroen woud. Maar als je op de grond in Corcovado keek, leek het wel een bos in gematigde streken in de herfst, zoveel dode bladeren lagen er. Het bladerdak was ook minder dicht. Wat een verschil met mijn voorlaatste privé bezoek aan Corcovado toen ik al voor aankomst zeiknat geregend was en ik door al het vocht uitslag bij mijn voeten kreeg! Achteraf bezien had ik door het droge weer minder spullen hoeven meezeulen. Een paar waterschoenen en eigenlijk het paar rubberen laarzen (ook tegen slangen) had ik niet hoeven meetorsen. Net als de tarp (=bovenzeil) en de regenponcho. Ik had ook te veel eten en gastankjes mee. Een grote zaklamp heb ik evenmin gebruikt. Alles bij elkaar zeker vijf kilo ballast. Het goede weer heeft er mede voor gezorgd dat ik gezond ben teruggekeerd en dat mijn fotoapparatuur geen waterschade heeft opgelopen.

Dan de dieren en de foto’s. Drie dagen tijdens mijn verblijf in het park is er in de buurt van La Sirena een poema gezien. Alleen niet door mij. Niettemin heb ik genoeg ander moois gezien en op de foto gezet: herten, wilde zwijnen, veel tapirs, vogels en diverse reptielen. Ik weet nog steeds niet welke foto’s het beste zijn gelukt, maar het zou kunnen dat dat de zonnende spitssnuitkrokodil aan de oever van de Sirena is geworden.

Wil je ook een keer naar Costa Rica? Boek dan onze Fotoreis Costa Rica. Costa Rica is voor natuurliefhebbers een echte ‘must’!

2 Comments

  1. Danitza schreef:

    Mooie blog Derk, ik zie je zo buffelen. En wat balen dat je aan het ontbijten was en de poema gemist hebt. Blijft zonde. Maar… Zoals je in voorbeelden noemt, kun je op zoek naar wildlife ook juist geluk hebben en dat maakt het zo gaaf! Ik hoop dat je poemas gaat zien.
    Jammer trouwens dat een foto van de tapir(s) ontbreekt, maar mooi verhaal en goede foto’s!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

gdpr-image
Deze website gebruikt cookies om jouw ervaring te verbeteren. Wanneer je deze website gebruikt ga je akkoord met de Privacy Policy.
Lees meer
Vind je onze website leuk?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Ontvang de nieuwste blogs en acties in je mailbox

Bedankt voor jouw inschrijving. We houden je op de hoogte!